Aardappelcysteaaltje [1]

Aardappelcysteaaltje [2] is hier te lezen.

Als akkerboer probeer je uiteraard zoveel mogelijk je producten te beschermen. Je schoffelt trouw je onkruiden weg en hoopt dat het weer dit jaar eens niet teveel tegenwerkt. Ondanks al die zorgen staat je gewas voortdurend bloot aan allerhande ziekteverwekkers en voor een aardappelboer is aardappelmoeheid een van de meest gevreesde.

Aardappelmoeheid wordt veroorzaakt door twee soorten nematoden of aardappelcysteaaltjes (Globodera rostochiensis en Globodera pallida). De eitjes van die aaltjes bevinden zich in de landbouwgrond en kunnen jarenlang in leven blijven. Pas wanneer er landbouwproducten als aardappels, tomaten of aubergines geplant worden, komen de larven uit hun eitjes omdat ze door lokstoffen uit de wortels tot activiteit gebracht worden. Ze hechten zich aan de wortels en vormen cysten. Dat zijn balletjes van een dode nematode met een doorsnede van één millimeter, waarin uiteindelijk zo’n 400 eitjes met nieuwe larven opgesloten zitten. Een vicieuze cirkel ontstaat wanneer die larven uit hun eitjes komen.
[Foto: www.invasive.org]
De aaltjes penetreren in de wortel van een aardappelplant en vreten de voedingsstoffen van de plant op, waardoor de aardappelplant een vertraagde groei gaat vertonen, snel verouderen of zelfs helemaal afsterven. Als deze aaltjes dan niet effectief bestreden worden, kunnen opbrengstreducties van wel 60% optreden.

Omdat aardappels, tomaten en aubergines van origine afkomstig zijn uit Zuid-Amerika is het niet verwonderlijk dat ook de aardappelcystenaaltjes hun stamboom kunnen terugvoeren tot het Andesgebergte. Het zal ook niet een verrassing zijn dat men meent dat deze exotische lastpakken met plantmateriaal uit Zuid-Amerika zijn meegevoerd naar Europa. Aardappelcystenaaltjes zijn in 1913 voor het eerst officieel ontdekt in Duitsland, maar men vermoedt dat ze al jaren eerder onopgemerkt hun verwoestende werk in aardappelvelden deden. Ondertussen is het een wereldwijd probleem geworden.

Een probleem is bovendien dat de twee soorten aardappelcysteaaltjes ook nog eens verschillende pathotypen (een soort ondersoort) hebben, die ieder voor zich weer op een iets andere manier aardappels aanvallen. Van Globodera rostochiensis worden vijf pathotypes herkend (Ro1 tot Ro5) en van de Globodera pallida drie (Pa1 tot Pa3).

Aardappelkwekers proberen resistentie in te bouwen tegen zoveel mogelijk van die pathotypes, maar dat is niet zo eenvoudig als het klinkt. Als je na een jarenlange selectieprocedure een aardappel resistent hebt gemaakt tegen een pathotype, dan staan er nog zeven andere in de wachtkamer. En, die aaltjes zijn zo slim dat het best mogelijk is dat er na die tijd een nieuw pathotype is ontstaan.

Bestrijding van aardappelmoeheid is zeker niet eenvoudig. Een boer zal allereerst een duurder resistent ras moeten gaan verbouwen, grondontsmetting met bestrijdingsmiddelen moeten uitvoeren of zijn grond minimaal zes jaar braak moeten laten liggen (want dan zijn die aaltjes de hongerdood gestorven).

No comments:

Post a Comment